Honden losloopgebieden

Een hond houdt u in de hele gemeente aangelijnd. Behalve in de losloopgebieden.

De gemeente heeft buitengewoon opsporingsambtenaren (boa's). Deze zijn bevoegd om u een bekeuring te geven als u uw hond niet aangelijnd hebt buiten de losloopgebieden.

Veiligheid

De eigenaar van een hond moet zorgen dat de hond geen gevaarlijke situaties of overlast veroorzaakt. Voor de omwonenden, de hond en voor medegebruikers van het loop- of fietspad en losloopgebied.

Houdt u uw hond aangelijnd totdat u het losloopgebied zelf betreedt. En lijn uw hond weer aan als u het losloopgebied verlaat.

Wijk De Koog

De losloopzone begint bij het bruggetje ter hoogte van zwembad De Zien (Zienlaan) rondom viswater De Kuil, vervolgens langs de gehele Ziendervaart tot en met het 'huttenbouwterrein'. Op het dijkje rondom Koog-Noord moet de hond aangelijnd zijn om schapen niet te verstoren.

Het Oude Dorp

In het Oude Dorp mogen honden loslopen op De Terp na de brug over de Westgeestervaart. De honden mogen niet de weilanden in.

Uitgeest-Zuid

De losloopzone begint bij het wijkpark in Kleis-West (met uitzondering van het trapveldje), door de berm van de Anna van Renesselaan, loopt over de oude Waldijk en gaat door naar het uitrenveld voor honden aan de Darse.

Grasaren

Om de natuur meer de ruimte te geven zijn er meer stukken hoog gras, ook in de buurt van hondenlosloopgebieden. Hoog gras kan grasaren bevatten, die nare ontstekingen kunnen veroorzaken bij honden.

Wat zijn grasaren?

Grasaren bestaan uit zaden en een soort weerhaakjes. Als een hond in het hoge gras loopt en speelt, breken de grasaren van het gras af en hechten zich vast aan de hond. In het beste geval blijft de aar op de vacht hangen, maar ze kunnen ook diep in de huid dringen. Beruchte plekken zijn in de oren, tussen de tenen, in de wang, in het oog en zelfs in de neus. Wanneer een grasaar de huid doorboort, kruipt deze steeds dieper in de huid. Door de structuur van het zaadje en de weerhaken kunnen ze maar één kant op bewegen.

Maaien bij uitlaatplekken voor honden

Wij zorgen ervoor dat bij alle hondenuitlaat- en losloopgebieden een deel van het gras wordt gemaaid, honden hoeven dus niet in het hoge gras te komen om hun behoefte te kunnen doen. Veel honden vinden hoog gras vaak leuk om te spelen, waardoor zij er doorheen rennen of lopen.

Controleren

Door grasaren vroegtijdig op te sporen, besparen hondenbezitters hun huisdier veel ongemak. Controleer daarom na elke wandeling alle mogelijke plekken waar grasaren zich kunnen hechten zoals de vacht, de huid tussen de tenen, op de kop (ogen, neus en oren) en de huidplooien rond voor – en achterpoten. Ga bij twijfel altijd naar de dierenarts.

Risicomaanden

Vanaf juni t/m augustus is het risico het grootst, vooral voor honden met middellange of lange haren. Daarnaast kunnen grasaren achterblijven in het gras, waardoor deze ook in de herfst en winter voor problemen kunnen zorgen.