Verslag participatie dialoog 16 september 2026
Lees hier het verslag van de participatie dialoog die plaatsvond in buurthuis de Zwaan in Uitgeest.
Samenvatting
Deze dialoog vond plaats in buurthuis de Zwaan in Uitgeest. De aanleiding is de nieuwe participatieverordening van de gemeente. Daarin staan de regels over hoe inwoners kunnen meepraten en meedoen. Het was geen avond om met gele post-its feedback te geven op een plan wat er al ligt maar wel een avond waarop gezamenlijk gezocht werd naar hoe we participatie willen. De avond begon met een zoektocht naar vooronderstellingen. Dat zijn ideeën over participatie die zo vanzelfsprekend zijn, dat we ze niet meer bevragen. Voorbeelden zijn: je geeft je stem 1 keer in de 4 jaar weg, de politiek is onbereikbaar, de gemeente is 1 blok met een eigen wil en je wordt hier nooit een echte Uitgeester.
Daarna koos de groep 1 vraag om te onderzoeken: Hoe zorgen we ervoor dat burgers zich betrokken voelen bij besluiten die voor hen belangrijk zijn? De groep keek naar de vooronderstelling dat burgers alleen betrokken zijn als iets gevolgen heeft voor henzelf. Dat bleek te simpel. Wat je aan de buitenkant ziet, is niet hetzelfde als wat mensen van binnen bezighoudt. Wie alleen kijkt naar wie er op een avond a omt, krijgt een vertekend beeld. Het gesprek kwam steeds terug bij balans. Goede participatie werkt twee kanten op: het gaat om halen én brengen. Een inwoner die iets wil weten of bereiken, moet zelf een actieve houding aannemen. Met je armen over elkaar wachten tot er iets over je heen komt, werkt niet. De overheid moet op haar beurt goed bereikbaar zijn, en zich niet verstoppen achter chatbots en telefoonnummers. Een medewerker van de gemeente vertelde dat dat vaak al zo is: telefoonnummer en mailadres staan op de website, maar er komt weinig binnen. Een lage drempel alleen is dus niet genoeg.
Als je geen geluiden ontvangt moet de overheid zelf op zoek gaan naar geluiden die ze nog niet kent. Op bijeenkomsten komen vooral tegenstanders af. Andere stemmen hoor je dan niet. Het helpt om inwoners vroeg te betrekken, voordat plannen en kaders vastliggen. Kaders zijn de grenzen waarbinnen een plan moet passen. Dan kunnen ze nog meepraten over de vraag: in wat voor gemeente word je gelukkig? Ook moet de overheid niet bang zijn voor slecht nieuws. Niet vragen omdat het antwoord kan tegenvallen, is volgens een van de deelnemers per definitie ondemocratisch.
Onder dit alles ligt vertrouwen. Vertrouwen dat de overheid van ons allemaal is. En vertrouwen dat zij ook kijkt naar het grotere belang, niet alleen naar jouw eigen belang. Dan kun je zeggen: ik heb mijn zin niet gekregen, maar ik voel me wel gehoord.
Kernconclusies
Wat deze avond oplevert voor de participatieverordening
- Participatie werkt 2 kanten op. Inwoner en overheid moeten allebei actief zijn. Geef verbinding en vraag verbinding.
- De inwoner neemt zelf een actieve houding aan. Wie iets wil weten of bereiken, gaat zelf op zoek. Wachten tot er iets over je heen komt, helpt niet.
- De overheid is bereikbaar. Verstop je niet achter chatbots. Mensen denken vaak dat de drempel hoger is dan hij echt is. Laat zien dat hij laag is.
- De overheid zoekt actief naar geluiden die ze nog niet hoort. Wie op een bijeenkomst a omt, is vaak tegen. Zoek ook de andere stemmen op, en ontdek wat mensen echt bezighoudt: het vuurtje.
- Betrek inwoners vroeg. Doe dat voordat plannen en kaders vastliggen. Stel de kaders samen met inwoners op, in plaats van hen er achteraf alleen over te laten stemmen.
- Durf slecht nieuws te brengen en te horen. Niet vragen omdat het antwoord kan tegenvallen, is ondemocratisch.
- Luisteren náár is iets anders dan gehoor géven aan. Als er vertrouwen is dat de overheid ook het grotere belang weegt, kun je een uitkomst accepteren die niet de jouwe is.
- Iedereen telt mee. Maak alle Uitgeesters duidelijk dat zij invloed kunnen uitoefenen, ook wie hier nog maar net woont.
Waarden van deelnemers
Op deze avond waren 12 mensen aanwezig, zowel inwoners, als ambtenaren als bestuurders. Bij de voorstelronde deelden zij hun waarden:
- Eerlijkheid
- Doen wat je belooft
- Menselijkheid
- Rechtvaardigheid
- Verantwoordelijkheid
- Verbinding
- Slapen
- Transparantie / oprechtheid
- Luisteren / alle stemmen horen
- Solidariteit
- Oprechtheid
- We moeten het samen doen
- Tussenruimte (om contact tussen mensen te kunnen blijven houden)
Vooronderstellingen onder participatie
De avond begon met het uit elkaar halen van hoe participatie nu gaat. Wie over goede participatie wil praten, moet eerst weten welke diepe overtuigingen er leven over de overheid en over meedoen. Het gaat om overtuigingen die zo vanzelfsprekend zijn, dat we ze niet meer als overtuiging zien. We zien ze als de werkelijkheid. We stellen er geen vragen meer over. Toch bepalen ze wat we doen, wat we laten en wat we voelen. Ze gaan over hoe de wereld in elkaar zit. Maar ook over wat de overheid hoort te doen, wat een inwoner hoort te doen en hoe die twee zich tot elkaar verhouden. De vraag aan de groep was daarom: welke basisgedachten zitten er in hoe het nu gaat?
De gemeente wil gelijk krijgen
De eerste reactie is direct en concreet: gele post-its, en dat alleen maar om gelijk te krijgen. Degene die gelijk wil krijgen, is de gemeente. Daartegenover staat wat de inwoner wil: betrokken zijn. Zo is meteen een ongelijkheid benoemd die de hele avond blijft meespelen: de gemeente organiseert om iets bevestigd te krijgen, de bewoner komt om ergens deel van te zijn.
Je geeft je stem weg: 1 keer in de 4 jaar geef je je invloed uit handen
De inwoner heeft kunnen stemmen, en dus ook kunnen kiezen. Daarmee legt hij de verantwoordelijkheid bij degene die hij gekozen heeft. De basisgedachte daaronder is loslaten en overdragen: je geeft je stem weg. Je kiest de partij waarvan de principes het best bij je passen. Daarna laat je het over aan je vertegenwoordiger.
Dan volgt de tegenvraag: heb je in die 4 jaar dan geen invloed meer? Jawel. Je kunt naar een ambtenaar stappen en vertellen wat je voor elkaar wilt krijgen. Soms gebeurt er dan iets, soms niet. Maar daarvoor moet je wel heel actief zijn, en je moet de weg kennen. Wie iets wil bereiken, moet het zelf doen en niet vanaf de zijlijn roepen. Daar zit ook de nuance: voor veel mensen is dat onbekend terrein, of een heel grote stap.
De politiek is onbereikbaar
Deze vooronderstelling komt van iemand die er onlangs zelf positief door verrast werd. De verwachting was dat je als inwoner hooguit een melding kon doen, bijvoorbeeld over een losliggende stoeptegel of een scheve lantaarnpaal. En dat je bij iets groters maar moest hopen dat de buren hetzelfde deden. De ervaring was anders.
Is dit een gedeelde vooronderstelling? Die vraag levert een belangrijke aanvulling op: je hebt er wel een bepaalde houding voor nodig. Lang niet iedereen kan zich goed verstaanbaar maken. Om contact met de politiek te leggen, moet je voor jezelf opkomen en assertief zijn. De politiek is dus niet voor iedereen even bereikbaar, ook al staat de deur officieel open.
De meerderheid beslist, dus je hebt als mens geen echte invloed op de besluiten van de politiek
De meerderheid beslist, en daarmee is het geregeld. Maar welke meerderheid? Die van de gekozen volksvertegenwoordigers. Dan volgt een scherpe observatie: de grootste partij kan buitengesloten worden. Er wordt gekonkeld. En in het eindeloze geleuter over links en rechts gebeurt helemaal niets. Dat is geen democratie, vindt de spreker. Daaronder ligt de vooronderstelling: het is allemaal al geregeld en afgestemd, voordat het naar buiten komt. Daaruit komt een basisgedachte die breed wordt herkend: als mens heb je geen echte invloed op de politiek.
Een bindend referendum lost dat op (of juist niet)
Als oplossing wordt een bindend referendum genoemd over alles wat belangrijk is. Dan mogen de mensen gewoon zelf kiezen. Daar komt meteen een felle reactie op: referenda zijn de nagels aan de doodskist van de democratie. Iemand merkt op dat de Zwitsers het toch aardig goed doen. Het antwoord: daar is het heel anders geregeld.
Waarom een nagel aan de doodskist? Denk aan de Brexit, of aan het Oekraïne-referendum. Er is een grote groep die ergens tegen is. Die groep verenigt zich en krijgt genoeg stemmen, en dan wordt het dat. Zo'n uitslag wekt verwachtingen die niet waargemaakt kunnen worden. Ook bepaalt de manier van vragen voor een deel de uitkomst. Dat speelt ook bij inspraak; daar ligt de uitkomst, of in elk geval de richting, vaak al vast. En bij een referendum ontbreken de diepte en de nuance.
Daaruit volgt nog een vooronderstelling, van de andere kant. Als de uitkomst niet goed uitkomt, wordt het nog een keer uitgelegd aan de burger. En nog een keer, tot het resultaat past. Als voorbeeld wordt de euro genoemd: mensen hebben drie keer gestemd dat ze het niet wilden, en toch is het er doorgedrukt.
De gemeente is 1 geheel, 1 blok met een eigen wil
Een deelnemer zegt dat de overheid, de gemeente, wordt gezien als één geheel, bijna met een eigen wil. Gaat het dan om onbenaderbaarheid? Nee, het gaat om iets anders. Het beeld gaat eraan voorbij dat er heel veel verschillende mensen bij een gemeente werken, met heel veel verschillende meningen. Van binnenuit zijn het losse mensen met een eigen mening. Van buitenaf lijkt het één groep die iets wil. De gemeente wil, de overheid wil. Zo wordt het een Goliath.
Een ander raakt de kern: als je de gemeente alleen als instelling ziet, wordt ze onmenselijk. De gemeente bestaat eigenlijk uit de afspraken die wij met elkaar gemaakt hebben. Wie zegt "de gemeente wil niet", heeft het niet meer over mensen.
En omgekeerd: "de Uitgeester wil"
Dat gebeurt ook andersom. Er wordt net zo vaak geroepen dat de Uitgeester iets vindt. Maar de een is de ander niet. Iedereen heeft een eigen mening, eigen vooronderstellingen en eigen gedachten. Juist daarom moeten we naar elkaar luisteren. De Uitgeester heeft ook helemaal niet gekozen: 20 procent stemde op de grootste partij, 80 procent wil iets anders. Het volk wil klinkt als 1 stem. Maar in werkelijkheid is er meerstemmigheid: veel verschillende stemmen en meningen naast elkaar. En die meerstemmigheid is heel moeilijk te horen.
Alle stemmen moeten gehoord worden
Deze wens leeft breed in de groep. Toch wordt ook deze wens als vooronderstelling op tafel gelegd. Bij een project met een klein aantal betrokkenen lukt het nog wel. Maar in een gemeente met 13.500 inwoners is het veel moeilijker. Dan moet je een manier vinden waarmee het wél lukt. En dan komt de vraag op: móet je eigenlijk iedereen horen?
Uit de praktijk komt een nuchtere observatie. Wie mensen uitnodigt voor een bijeenkomst, ziet meer tegenstanders dan voorstanders komen. Soms komen er helemaal geen voorstanders. Terwijl je uit het dorp weet dat er ook mensen zijn die er anders over denken. Die zie je op zo'n moment niet. Tegenstanders zijn meer aanwezig en klinken harder. De andere kant kan zich natuurlijk ook laten horen. Maar de mening van het dorp als geheel laat zich heel moeilijk in beweging brengen. Dat is precies wat met meerstemmigheid bedoeld wordt. Ook het geluid tegenover de tegenstanders moet gehoord worden: waarom zijn andere mensen er wél voor?
Burgers hebben geen interesse in de gemeentelijke politiek
In de eigen buurt is de interesse in de gemeentelijke politiek opvallend laag. Daardoor zijn mensen ook moeilijk bij elkaar te brengen om samen iets te bereiken, in de wijk of ergens anders. Ook dat wordt als vooronderstelling genoteerd: burgers hebben geen interesse, en mensen zijn moeilijk samen te verenigen. Of zijn mensen te druk om interesse in de gemeentelijke politiek te kunnen hebben?
De lokale democratie drijft op boosheid
Hieruit volgt een vooronderstelling die heftig voelt, maar toch meteen herkend wordt: de lokale democratie drijft op boosheid en tegenspraak. Wie boos is, bemoeit zich ermee. Wie tevreden is en bij wie het goed gaat, zoekt het verder zelf uit. En wie zijn zin niet krijgt, heeft een reden om zijn stem te laten horen.
Er is ook een vriendelijker kijk op. Misschien zijn mensen niet geïnteresseerd omdat het leven eigenlijk prima is en er geen gedoe is. Wie rond de verkiezingen mensen op straat vraagt hoe het gaat en of ze nog wensen hebben, hoort vaak dat het wel goed zit. Daarop volgt meteen een lachende opmerking, die ook als vooronderstelling wordt genoteerd: er is altijd wel wat in Uitgeest.
Angst houdt mensen tegen om zich uit te spreken
Iemand vraagt zich af of de mensen die ergens vóór zijn wel dúrven te komen. Dat geldt ook voor mensen die twijfelen of je er wel zo tegen moet zijn. Durven zij te zeggen wat ze denken, of een vraag te stellen? Misschien speelt angst dus een rol.
Waar komt die angst vandaan? De groep zoekt dat stap voor stap uit. Eerst: angst voor de confrontatie. Je bent het dan oneens met een dorpsgenoot, en je komt elkaar daarna nog tegen in de supermarkt. Die angst hebben voor- én tegenstanders; het is een algemene angst. Daar komt bescheidenheid bij, met de gedachte wie zou mijn mening nou willen weten? Ook dat is een vorm van angst.
Daaronder ligt de angst om buitengesloten te worden, en zo de onderlinge band kwijt te raken. Ironisch genoeg maakt juist die angst de band zwakker. Je bent bang dat de buren je een rare vinden met rare ideeën. Stel dat je buren tegen zijn en jij bent voor, en jullie hebben op een avond een confrontatie gehad. Dan sta je daarna alleen op een verjaardag. Het heeft dus echt gevolgen voor je leven in de buurt. De formulering die blijft staan, is angst voor sociale uitsluiting. Iemand voegt toe dat dit ook in Uitgeest speelt: wie de algemene mening niet volgt, loopt kans buitengesloten te worden.
Een ander zet daar iets krachtigs tegenover. Het is belangrijker om je uit te spreken over wat er moet gebeuren, dan om sociale uitsluiting te vermijden. Dan is het maar zo.
Je wordt hier nooit een echte Uitgeester
Deze vooronderstelling ontstaat terloops. Iemand woont sinds 2002 in Uitgeest, maar wordt volgens Uitgeesters nooit een echte Uitgeester. Droog volgt: dan kun je ook niet meer worden buitengesloten, want dat ben je al. Volgens een schatting in de groep is minder dan 20 procent van de 14.000 inwoners een geboren Uitgeester.
Het beeld wordt daarna van verschillende kanten bekeken. Import, dus mensen die niet in het dorp geboren zijn, heb je in elk dorp. Iemand die 7 keer in Nederland verhuisde en ook in het buitenland woonde, is altijd en overal import geweest. Maar is dat erg? Dat het echt bedreigend kán zijn, blijkt uit een persoonlijke herinnering. Toen iemand 14 was, verhuisde het gezin naar een dorp van 300 inwoners. Ze waren daar echt niet welkom, tot stenen door de ruit aan toe. In Uitgeest voelt dat heel anders: wie iets bijdraagt, is welkom. Dat is zelf een mooie vooronderstelling om vast te houden. Dat je nooit een echte Uitgeester wordt, betekent niet dat je hier minder welkom bent.
Opvallend is dat dit thema terugkwam in alle 4 de gesprekken in de BUCH-gemeenten: Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo. Overal stelden mensen zich voor met ik woon hier nog maar net, ik woon hier pas 20 jaar of ik ben import. Overal was de import in de meerderheid. Er waren steeds maar 1 of 2 mensen die in de kern geboren waren. Daaronder zit iets van je vooraf indekken: sorry dat ik ook even mijn mening geef.
Iemand die hier wél geboren is, draait het om. Het is juist mooi dat hier zoveel mensen zitten die er nog niet zo lang wonen en zich afvragen hoe ze een steentje kunnen bijdragen. En waarom zouden mensen die hier geboren zijn het niet net zo belangrijk vinden? Het gaat om het dorp waar je opgroeit, waar je kinderen opgroeien, en om wat je nalaat.
Dan volgt een laatste tegenzet. Iemand die zelf import is, had tot dan toe met opzet niets gezegd: je moet het ook niet zwaarder maken dan het is. Of het echt zwaar weegt, blijft daarmee open. Juist die open vraag maakt de vooronderstelling zichtbaar.
Filosofische vragen
In de vragenronde werden de volgende vragen ingebracht:
- Wat is er democratisch aan een sociocratische gespreksvoering? (Sociocratie is een manier van vergaderen en besluiten waarbij iedereen gelijkwaardig meepraat. De inbrenger had er een cursus in gevolgd.)
- Kan er burgerparticipatie ingevoerd worden?
- Hoe geef je ruimte aan mensen die hun stem niet zo hard laten klinken?
- Hoe kunnen we ervoor zorgen dat burgers zich betrokken voelen bij besluiten die er voor hen toe doen?
- Wat kan participatie opleveren?
- Van wie is de overheid?
- Kan ik een andere mening hebben in een kleine gemeenschap?
- Wanneer vinden wij dat er op een goede manier geparticipeerd is?
- Kunnen we een Zwitsers referendum invoeren in Uitgeest?
- Kan bij de overheid het taboe op het brengen van slecht nieuws eraf?
- Hoe willen en kunnen inwoners buiten de verkiezingen om invloed uitoefenen?
- Wanneer doen we het als Uitgeesters goed?
Daarna gaven deelnemers aan welke vraag hun voorkeur had. Iemand koos het Zwitserse referendum. Dan is de burger echt betrokken bij het besluit, en kan hij invloed uitoefenen zonder achterkamertjespolitiek. En dan wel bindend, zonder mitsen en maren. De vraag of burgerparticipatie ingevoerd kan worden, kreeg voorkeur omdat de avond daar nu juist voor bedoeld is. De vraag van wie is de overheid? werd 2 keer gekozen. Die vraag ligt onder veel andere vragen, en staat aan de basis van de democratie. De vraag wanneer er op een goede manier geparticipeerd is, vond iemand praktisch en doelgericht. Ook de vraag wanneer we het als Uitgeesters goed doen, werd een mooie vraag gevonden.
De meeste voorkeur ging naar de vraag over betrokkenheid bij besluiten. Het is een open vraag; de andere vragen sturen al een bepaalde kant op. Deze vraag laat meer ruimte voor wat nog niet genoemd is. Vooral de woorden die er voor hen toe doen spraken aan. Daarin zit het effect op mensen, en dus de betrokkenheid. De vraag werd ook ervaren als breed en dekkend.
*De vraag die behandeld wordt is: Hoe kunnen we ervoor zorgen dat burgers zich betrokken voelen bij besluiten die er voor hen toe doen?*
Methoden
De groep koos ervoor om de vooronderstellingen in de vraag te onderzoeken. Daarbij hielpen casussen: eigen ervaringen waar je een emotie bij voelt.
In de vraag zelf vond de groep deze vooronderstellingen:
- Burgers bestaan
- Wij kunnen ergens voor zorgen
- Burgers zijn vaak niet betrokken
- Burgers willen misschien niet betrokken zijn
- Betrokkenheid is meetbaar
- Wij weten wat voor burgers belangrijk is
- Burgers weten zelf wat belangrijk voor hen is
- Burgers kunnen informatie vinden en daarop bepalen wat belangrijk voor hen is
- Bepaalde besluiten doen ertoe
- Burgers zijn alleen betrokken als het voor henzelf gevolgen heeft
- We zijn met 13.500 spreeuwen (inwoners die samenleven oftewel samen vliegen)
Daarnaast brachten deelnemers 3 casussen in. De 1e gaat over een plek in het dorp met moestuintjes, waar nieuwbouw komt. Juist zo'n plek vond de inbrenger leuk en typisch dorps. Toen het nieuws bekend werd, was niet duidelijk of er een proces aan vooraf was gegaan. Het gevoel daarbij: teleurstelling dat dat bijzondere stukje verdwijnt.
De 2e gaat over het plan voor containerwoningen in de Waldijk, bij de houten speeltuin. De buurt kwam daar massaal tegen in verzet. Opeens was het plan van tafel, zonder dat duidelijk was waarom. Het gevoel daarbij: verbazing.
De 3e gaat over een boerenbedrijf achter het eigen huis, dat waarschijnlijk stopt. De inbrenger vindt dat daar ruimte moet komen voor woningen, voor jong en oud. Maar sommige mensen begrijpen dat standpunt niet. Het gevoel daarbij: teleurstelling.
Daarna onderzocht de groep de vooronderstelling burgers zijn alleen betrokken als het voor henzelf gevolgen heeft.
Dialoog
Het onderzoek begint met een voorzichtige omkering. Het lijkt vaak alsof burgers alleen betrokken zijn als iets gevolgen voor henzelf heeft. Maar wat je aan de buitenkant ziet, is misschien iets anders dan wat er vanbinnen speelt. We zien betrokkenheid vooral als iets gevolgen heeft. Dat betekent niet dat mensen anders niet betrokken zijn. De buitenkant van betrokkenheid geeft dus een ander beeld dan de betrokkenheid die er echt is.
Dan verschuift de vraag: hoe maak je die binnenkant zichtbaar? Het antwoord ligt in eenvoudige dingen: vragen stellen, nieuwsgierig zijn, belangstelling tonen. Door echt met elkaar in gesprek te gaan, en ruimte te maken voor dat gesprek, ontdek je wat iemand bezighoudt.
Als die geluiden niet vanzelf komen, ligt daar een taak. Misschien moet de overheid vaker naar buiten gaan met vragen aan de inwoner: als je geen geluiden hoort, moet je ernaar op zoek. Anders loop je het risico dat je in je eigen wereld gaat leven. Dan laat je je alleen nog leiden door je eigen ideeën en doelen. Besluiten worden vaak genomen op basis van kaders, onderzoeken en feiten. De gevolgen voor de inwoner komen daarbij niet in beeld.
Daaruit volgt een belangrijke vaststelling. De overheid laat inwoners vaak pas meedoen als alle kaders en plannen al op tafel liggen. Dat gebeurt met de beste bedoelingen. Maar zo kunnen inwoners niet meer antwoorden op de vraag: in wat voor gemeente word je gelukkig? Het mooiste zou zijn om die kaders samen vast te leggen. Betrek inwoners dus vroeg, en kom samen tot goede kaders.
Er klinkt ook een diep wantrouwen. De overheid krijgt van alle kanten signalen, of het nu de gemeente, de provincie of het Rijk is. Maar luisteren doet ze nooit. Het voorbeeld komt van iemand die een heel werkleven in de gaswereld zat. Gas is voor de hele wereld de belangrijkste energiebron, behalve voor Nederland. Ondertussen gaat er twintig, dertig, veertig, vijftig miljard naar windmolens en zonnepanelen. Ook als burgers laten merken dat ze het anders willen, wordt er niet naar geluisterd.
Uit dat ongeduld komt een concreet voorstel. De overheid zou het als haar taak moeten zien om inwoners actief te betrekken. Dat geldt voor het hele apparaat, dus ook voor gemeente en provincie. Breng plannen uit in een vorm die goed te lezen is. Zeg: dit willen we doen, dit zijn de gevolgen, en dit zijn de voor- en nadelen. Wat vindt u ervan? Doe dat ook uitgebreider dan nu. Geef eerst de kans om vragen te stellen. Spits het dan toe tot een duidelijke vraag. Leg die voor aan alle inwoners, en laat hen erover stemmen. Dan zijn ze betrokken.
Is de vooronderstelling nu bevestigd of weerlegd? Dat is niet met ja of nee te zeggen. Wel is duidelijk: het is ingewikkelder dan het lijkt, omdat mensen vanbinnen misschien iets anders willen dan ze aan de buitenkant laten zien. Het gesprek ging over hoe je dat naar boven haalt. Het ging niet over de vraag of betrokkenheid voortkomt uit eigenbelang of uit algemeen belang. Eigenlijk is alleen het 1e deel van de vraag onderzocht: hoe kunnen we ervoor zorgen dat burgers zich betrokken voelen. Het 2e deel, bij besluiten die er voor hen toe doen, kwam nog niet aan bod.
Bij dat 1e deel hoort het beeld dat de rest van de avond blijft hangen. Er moet ruimte zijn voor het vuurtje dat vanbinnen brandt: iets waar je echt iets van vindt. Daar moet het beginnen. Dat vuurtje mag er zijn, en er wordt naar geluisterd. Wie zelf met een plan komt en vraagt wat mensen ervan vinden, sluit misschien helemaal niet aan bij waar zij mee bezig zijn. Plannen en kaders raken dat vuur niet.
Daarbij hoort een beweging van 2 kanten: je moet niet alleen halen, maar ook brengen. Dat begint bij de inwoner. Je kunt met je armen over elkaar blijven zitten tot er iets over je heen komt. Of je kunt zelf actief op zoek gaan. Aan de andere kant staat de overheid. Die verstopt zich vaak achter chatbots, telefoonnummers en dergelijke. Van de inwoner wordt dus een actieve houding gevraagd, en van de overheid dat zij bereikbaar is. Hoe overbrug je het grijze gebied daartussen?
Dan klinkt de grootste twijfel van de avond. Hoe krijg je dat halen en brengen in hemelsnaam georganiseerd? De vrees is dat de gemiddelde burger er te weinig mee doet, zeker als het gaat om zelf informatie halen. We worden overspoeld met informatie. Vraag je iemand ergens naar, dan hoor je: ja, dat heeft in de krant gestaan, nee, dat weet ik niet precies. In de praktijk valt dat enorm tegen. Het heeft niets te maken met opleiding of manier van denken. De ideeën zijn goed. Maar het gevoel is dat mensen alleen geïnteresseerd zijn als iets financieel haalbaar is en iets oplevert.
De inbrenger van de moestuintjes zet daar iets tegenover. Niet alles is alleen belangrijk als het jou persoonlijk raakt. Mensen geven ook om dorpsgenoten die hulp nodig hebben. De moestuintjes liggen niet naast het eigen huis. Maar de inbrenger fietst er langs, en voelt dat het iets is van alle Uitgeesters: iets waar mensen waarde aan hechten. Hoe kwam die informatie dan binnen? Door belangstelling voor de projecten waar de gemeente nu en later aan werkt. Zo bekeken was de drempel om die informatie te halen laag. Daaruit volgt een wens: het halen van informatie moet makkelijk zijn. Dan kan een inwoner zelf nagaan wat voor hem belangrijk is, en waarbij hij betrokken wil worden.
Iemand plaatst daar meteen een kanttekening bij. Hoe laag je de drempel ook maakt: als mensen geen reden hebben om eroverheen te stappen, maakt de hoogte niet uit. Al ligt er een gat in plaats van een drempel. Zonder reden stapt niemand eroverheen. Mensen moeten het zelf willen.
Ook maken mensen die drempel in hun hoofd vaak hoger dan hij echt is. Iemand van de overheid is meestal veel makkelijker te benaderen dan mensen denken. Degene die dat zegt, werkt zelf bij de gemeente en geeft het eigen voorbeeld. Het telefoonnummer staat gewoon op de website, het mailadres ook. Er komt altijd binnen 2 werkdagen antwoord. En hoeveel berichten komen er dan binnen?
Een deelnemer merkt op dat ook dit ervan uitgaat dat de inwoner de informatie zelf wil hálen. Zeker in een vroeg stadium kan de overheid daarom beter ook zelf de tentakels naar de inwoner uitsteken. Dan wacht zij niet tot de burger komt, maar haalt ze hem er actief bij. Dat is een taak van de overheid, vindt een ander. Wij hebben haar daar immers neergezet om het goed te organiseren voor haar inwoners.
Waarom gebeurt dat dan niet? Het antwoord is duidelijk: de overheid is bang voor slecht nieuws, en voor een antwoord dat ze niet wil horen. Dan kun je het beter maar niet vragen. De mening van de inwoner zou wel eens anders kunnen zijn dan wat de overheid zelf wil. De casus van de containerwoningen laat dat zien. Als er slecht nieuws te brengen is, worden er maar 4 mensen uitgenodigd in plaats van de hele wijk. Een deelnemer trekt een harde conclusie: dat is per definitie ondemocratisch.
De dialoog sluit af met wat daaronder ligt: vertrouwen. Vertrouwen dat de overheid van ons allemaal is. En vertrouwen dat de overheid niet alleen naar jouw eigen belang kijkt, maar ook naar het grotere belang. Als dat vertrouwen er is, kun je een uitkomst accepteren die niet de jouwe is. Dan kun je zeggen: ik heb mijn zin niet gekregen, maar ik voel me wel gehoord.
Reflecties op participatie
In de slotronde vroeg de gespreksleider wat deelnemers willen meegeven aan de participatieverordening. Wat daar klonk, lees je als een reeks aanbevelingen:
- Goede participatie werkt 2 kanten op. Het klinkt bijna alsof burger en overheid in relatietherapie moeten. Aan beide kanten hoor je: ik voel me niet gezien en ik voel me niet gehoord.
- Geef verbinding en vraag verbinding.
- Maak de drempel laag.
- Ga naar buiten en haal op.
- Alle stemmen tellen.
- Luister oprecht.
- Maak onderscheid tussen luisteren náár en gehoor géven aan.
- Maak alle Uitgeesters duidelijk dat zij invloed kunnen uitoefenen, ook de mensen die hier nog maar net wonen.
- Misschien moeten burger en overheid in relatietherapie.
- Ga op zoek naar de vuurtjes en sta open voor meerstemmigheid.
1 deelnemer zei alleen 2 woorden in het Frans: frappez toujours, blijf kloppen. Iemand vroeg om dat voor de Uitgeester te vertalen. Volgens de spreker hoorde die vraag precies bij de opmerking. Niet iedereen begrijpt wat er gezegd wordt, dus de overheid moet iets bedenken. Dat brengt de spreker terug bij een burgerforum. Dat is een groep inwoners die samen over een onderwerp nadenkt en advies geeft. Iets actiefs dus, waardoor inwoners toch bij een besluit betrokken worden. Dat hoeven niet per se alle inwoners te zijn.
Een ander voegt daar een persoonlijke mening aan toe. De gemiddelde burger heeft het veel te druk. Die heeft eigenlijk geen interesse in wat er in de gemeenteraadszaal gebeurt. Misschien is er heel iets anders nodig, zoals tijd, als voorwaarde om te kunnen participeren? Dat raakt aan het 2e deel van de vraag, dat deze avond niet meer aan bod kwam.
Tot slot klonk een pleidooi van een heel andere orde: wees wijs, eerlijk en transparant, en schiet eens op. Besluiten duren te lang. Er wordt eindeloos vergaderd, en het papier blijft maar komen. Zo kun je geen bedrijf runnen, want Nederland is een BV. Ook dat werd als vooronderstelling genoteerd, om een andere keer te onderzoeken
Over de dialoog & 't Socratisch Gilde Castricum
Deze avond werd verzorgd door 't Socratisch Gilde Castricum, dat de BUCH-gemeenten heeft aangeboden zijn kennis en ervaring met hen te delen, en werd ondersteund door Socratisch Gilde Amsterdam. Het gaat om vrijwilligerswerk.
De aanleiding is de nieuwe participatieverordening van de gemeente Uitgeest. Daarvoor is eerst een enquête gehouden onder inwoners en medewerkers van de gemeente. Ook was er al een verdiepende sessie met medewerkers. Deze avond was de verdiepende sessie met inwoners. Wat eruit komt, krijgt waar mogelijk een plek in de verordening. Die is vrij algemeen van opzet. Lukt dat niet, dan komt het in het participatiebeleid. Dat is veel concreter, en wordt op basis van deze sessies bijgewerkt. Dit was de vierde dialoog in de reeks. De opbrengst van alle gesprekken wordt samen bekeken.
De Socratische Gildes werken aan innovatieve democratie en verzorgen dialogen, trainingen en bijeenkomsten. Meer informatie over het Socratisch Gilde Castricum is te vinden op dialoog weet raad(Verwijst naar een externe website).
Over Innovatieve Democratie
Innovatieve democratie is een filosofie en een methode. Het wordt toegepast op maatschappelijke vraagstukken waar vernieuwing van denken en doen wenselijk is en voor menselijk begrip in groepen. Met de methode analyseren we het narratief waarin we leven en hoe en waarom we deze internaliseren en blijven voortzetten, zelfs als de verhalen waarbij we leven blokkerend zijn voor een goed menselijk bestaan. Innovatieve democratie creëert bewustwording van overtuigingen over onszelf, onze cultuur en leert ons echt te luisteren. Hierdoor kunnen we fundamenteel anders denken over onszelf en uitdagingen waar we voor staan, zoals participatie. Meer informatie op Open Research(Verwijst naar een externe website).